Wat doen onze landbouwers om niet onbeperkt te moeten sproeien?

Pol Louwagie van de Rabarberhoeve Het Warandehof kan hier door zijn ervaring met groententeelt heel wat over vertellen! 

We proberen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te beperken of te vermijden door andere maatregelen te nemen. We zorgen bijvoorbeeld voor een goede vruchtafwisseling: we telen pas na verschillende jaren hetzelfde gewas opnieuw op een perceel. Zo wordt een toenemende ziektedruk vermeden, want op die manier is de kans veel kleiner dat de planten aangetast worden door bodemziekten die veroorzaakt worden door bijvoorbeeld bepaalde schimmels of insecten waar een specifieke plant gevoelig voor is.  

We gaan ook op zoek naar rassen die minder gevoelig zijn voor bepaalde ziektes en plagen. Of we zetten natuurlijke vijanden in. Die noemen we ook wel ‘nuttigen’, omdat ze op schadelijke insecten jagen: sluipwespen, roofmijten en roofwantsen…

Om onze gewassen goed te laten groeien, is het ook belangrijk om onkruid geen kans te geven. Tegenwoordig gebeurt dit heel vaak door mechanische gewasbescherming toe te passen. Voor het wieden worden daarvoor gesofisticeerde schoffelmachines gebruikt . Dit is zeer arbeidsintensief en de onkruidplantjes moeten nog klein zijn. 

Het gebruik van sproeistoffen gebeurt bovendien steeds meer gecontroleerd. Stoffen die gevaarlijk zijn, verdwijnen één voor één. De overheid hanteert een lijst met gewasbeschermingsmiddelen. Enkel die producten mogen gebruikt worden. Wetenschappers doen onderzoek naar gewasbescherming. Vanuit die nieuwe kennis adviseren ze sproeistoffen die zo weinig mogelijk schadelijke effecten op mens en milieu hebben en er wordt steeds meer gekozen voor biologische of mechanische gewasbescherming. Wist je dat de landbouwer alle behandelingen nauwkeurig registreert en regelmatig bespreekt met een teeltbegeleider? 

Ook is het zo dat we pas gewasbescherming gebruiken als er al een plaag is vastgesteld. Om zo’n plaag vast te stellen, vangen we schadelijke insecten op bijvoorbeeld plakkende strips dicht bij een gewas. Daarna worden ze geteld. Pas wanneer de schadedrempel overschreden is, spreken we van een ‘plaag’ en is er dus echt kans dat de oogst mislukt. Dan grijpen we in. Een instelling als Inagro doet heel wat tellingen en waarnemingen van belagers van gewassen en stuurt waarschuwingsberichten uit naar de telers bij toenemende ziektedruk.